Standaardiseren
Maak goed werk herhaalbaar.
Een gedeelde werkwijze maakt de uitvoering minder afhankelijk van één persoon.
Het resultaat is voldoende consistent, ongeacht wie het werk doet.
Maak werk eerst herhaalbaar en zichtbaar. Verbeter het proces, neem daarna routinewerk weg en onderzoek betere werkwijzen.
Gebruik deze volgorde als besliskader. De overgangscriteria helpen bepalen welke basis nog aandacht nodig heeft.
Maak goed werk herhaalbaar.
Een gedeelde werkwijze maakt de uitvoering minder afhankelijk van één persoon.
Het resultaat is voldoende consistent, ongeacht wie het werk doet.
Maak prestaties zichtbaar.
Kijk naar de werkelijkheid, inclusief afwijkingen en knelpunten.
Je kunt onderbouwen waar en waarom de prestaties terugvallen.
Pak verspilling en oorzaken aan.
Verbeter de werkwijze voordat technologie bestaande problemen groter maakt.
Betere prestaties volgen uit het proces, niet uit extra individuele inspanning.
Neem herhaalbaar werk weg.
Automatiseer stabiele stappen en behoud menselijke beoordeling waar die nodig is.
De automatisering vermindert het totale werk en verplaatst het niet naar een andere plek.
Zoek een betere manier van werken.
Onderzoek ook of een andere aanpak meer oplevert dan het huidige proces optimaliseren.
Een alternatief levert aantoonbare waarde op en kan gericht worden opgeschaald.
Vink alleen aan wat je met voorbeelden of metingen kunt aantonen. Dit is een eigen werkinstrument bij het fasenmodel.
Begin met een gedeelde, herhaalbare werkwijze.
Een praktische toepassing van het model; dit onderdeel is een eigen vertaling en komt niet uit de slides.
Laat AI een bestaande workflow uittekenen en onduidelijke rollen, invoer en beslissingen benoemen. Controleer de kaart met de mensen die het werk uitvoeren.
Gebruik werkelijke gegevens om fouten, wachttijd en herstelwerk te analyseren. Laat AI hypotheses formuleren en toets die aan voorbeelden.
Maak invoer, beslisregels, uitzonderingen en controle expliciet. Begin met één begrensde handeling en vergelijk het totale werk vóór en na.
Bewaar verbeterde instructies, voorbeelden en meetresultaten in de kennisbank. Gebruik die context bij de volgende uitvoering.
Leg vast wie wat doet, wat goed resultaat betekent en waar het misloopt. Kies vervolgens de eerste fase waarvoor nog bewijs ontbreekt.